Gratis verzending vanaf € 100,- excl. btw*

Bel ons: 0252 20 30 60

Ecolinq Milieuscore

Duurzaamheid inzichtelijk gemaakt

Wanneer is een verpakking eigenlijk duurzaam? Dat is vaak lastiger te bepalen dan het lijkt. Een verpakking kan gemaakt zijn van een hernieuwbare grondstof, maar veel energie kosten om te produceren. Een andere verpakking wordt misschien gemaakt van aardolie, maar kan juist heel goed worden gerecycled. En een verpakking die vaak opnieuw wordt gebruikt, heeft weer andere voordelen.

Om deze verschillen duidelijker en beter vergelijkbaar te maken, hebben we de Ecolinq Milieuscore ontwikkeld. We beoordelen verpakkingen op zeven verschillende onderdelen. Voor ieder onderdeel krijgt een verpakking punten. In totaal kan een verpakking maximaal 12 punten behalen. Hoe hoger het aantal punten, hoe hoger de Ecolinq Milieuscore.


1. Productie-impact: maximaal 2 punten

Bij het maken van iedere verpakking zijn energie en grondstoffen nodig. Maar het ene materiaal vraagt tijdens de productie veel meer energie, water of chemicaliën dan het andere.

Materialen waarvan de productie relatief weinig belastend is, krijgen 2 punten. Materialen met een gemiddelde productie-impact krijgen 1 punt. Is het productieproces juist erg energie-, water- of chemicaliënintensief, dan worden geen punten toegekend.

0 punten: hoge milieu-impact tijdens productie

Een materiaal krijgt 0 punten wanneer de productie ervan een relatief hoge belasting voor het milieu veroorzaakt. Het productieproces vraagt veel energie, water en/of chemische bewerkingen in vergelijking met andere verpakkingsmaterialen.

Materialen in deze categorie vereisen vaak intensieve verwerking van de grondstoffen. Hierbij kunnen zeer hoge temperaturen, grote hoeveelheden energie of complexe chemische processen nodig zijn voordat het uiteindelijke verpakkingsmateriaal ontstaat.

Kenmerken van een hoge productie-impact zijn bijvoorbeeld:

  • hoog energieverbruik tijdens de productie
  • zeer hoge temperaturen die gedurende het productieproces nodig zijn
  • intensieve verwerking of raffinage van grondstoffen
  • veel of complexe bewerkingsstappen voordat het eindmateriaal ontstaat
  • omvangrijk gebruik van water en/of chemicaliën tijdens het productieproces

Voorbeelden binnen de Ecolinq Milieuscore zijn virgin aluminium en glas. Voor de productie van primair aluminium is zeer veel elektriciteit nodig om aluminium uit de grondstof te winnen. Bij de productie van glas moeten grondstoffen bij zeer hoge temperaturen worden gesmolten, waardoor eveneens veel energie nodig is.

Belangrijk: 0 punten betekent niet dat het materiaal als geheel slecht voor het milieu is. Het betekent uitsluitend dat de productie-impact relatief hoog is ten opzichte van andere verpakkingsmaterialen. Glas kan bijvoorbeeld lang meegaan, opnieuw worden gebruikt en goed worden gerecycled. Deze eigenschappen worden bij de andere criteria van de Ecolinq Milieuscore afzonderlijk beoordeeld.

1 punt: gemiddelde milieu-impact tijdens productie

Een materiaal krijgt 1 punt wanneer de productie ervan een gemiddelde belasting voor het milieu veroorzaakt. Er zijn meerdere productiestappen nodig en bij de verwerking worden energie, water en/of chemicaliën gebruikt, maar het productieproces behoort niet tot de meest milieubelastende processen.

Materialen in deze categorie vereisen doorgaans meer bewerking dan materialen met een lage productie-impact. De grondstof moet bijvoorbeeld worden verwerkt, verhit, gedroogd, geraffineerd of omgezet voordat er een bruikbaar verpakkingsmateriaal van kan worden gemaakt.

Kenmerken van een gemiddelde productie-impact zijn bijvoorbeeld:

  • een gemiddeld energieverbruik tijdens de productie
  • er wordt water gebruikt bij verschillende stappen in het productieproces
  • gebruik van chemicaliën of andere hulpstoffen tijdens de productie
  • verhitting, droging of andere energievragende processen, zonder dat deze uitzonderlijk energie-intensief zijn

Voorbeelden binnen de Ecolinq Milieuscore zijn papier, karton, PLA, PE, CPP en BOPP. Papier en karton vragen bijvoorbeeld water en energie voor het verwerken van de vezels en voor het vormen en drogen van het materiaal. Kunststoffen zoals PE, CPP en BOPP vereisen energie voor de productie van polymeren en de verdere verwerking tot verpakkingsfolie.

Belangrijk: 1 punt betekent niet dat deze materialen slecht of goed voor het milieu zijn. Het betekent uitsluitend dat we de milieu-impact van hun productiefase als gemiddeld beoordelen ten opzichte van andere verpakkingsmaterialen. Andere eigenschappen, zoals materiaalherkomst, recyclebaarheid en hergebruik, worden afzonderlijk beoordeeld binnen de Ecolinq Milieuscore.

2 punten: lage milieu-impact tijdens productie

Een materiaal krijgt 2 punten wanneer de productie ervan een relatief lage belasting voor het milieu veroorzaakt. Hierbij kijken we naar de hoeveelheid energie, water en chemicaliën die nodig zijn om de grondstof te verwerken tot een bruikbaar verpakkingsmateriaal.

Materialen in deze categorie hebben doorgaans een relatief eenvoudig productieproces, vereisen minder energie-intensieve bewerkingen of worden gemaakt van grondstoffen die met beperkte verwerking kunnen worden toegepast. Ook materialen die afkomstig zijn uit agrarische reststromen kunnen hierdoor relatief goed scoren.

Kenmerken van een lage productie-impact zijn bijvoorbeeld:

  • relatief laag energieverbruik tijdens productie
  • beperkt waterverbruik
  • weinig of minder intensieve chemische bewerkingen
  • geen extreem hoge temperaturen of energie-intensieve processen
  • relatief weinig bewerkingsstappen van grondstof tot materiaal

Voorbeelden binnen de Ecolinq Milieuscore zijn bagasse, strovezel en hennepvezel. Bagasse is bijvoorbeeld een restproduct uit de verwerking van suikerriet. De vezels kunnen na extractie van het suikersap verder worden verwerkt tot verpakkingsmateriaal.

Belangrijk: 2 punten betekent niet dat de productie géén milieu-impact heeft. Iedere materiaalproductie vraagt grondstoffen en energie. De beoordeling betekent dat de productie-impact relatief laag is ten opzichte van andere verpakkingsmaterialen.

Het onderscheid binnen dit criterium is:

2 punten: lage milieu-impact tijdens productie
1 punt: gemiddeld milieu-impact tijdens productie
0 punten: hoge milieu-impact tijdens productie

2. Materiaalherkomst: maximaal 2 punten

Waar komt het materiaal vandaan? We maken hierbij onderscheid tussen gerecyclede, hernieuwbare en fossiele grondstoffen.

0 punten: materiaal op basis van nieuwe fossiele grondstoffen

Een verpakking krijgt 0 punten wanneer het materiaal volledig wordt gemaakt van nieuwe fossiele grondstoffen en geen gerecycled materiaal bevat.

Fossiele grondstoffen, zoals aardolie en aardgas, zijn gedurende miljoenen jaren ontstaan en worden niet binnen een menselijke tijdschaal opnieuw aangevuld. Het zijn daarmee eindige, niet-hernieuwbare grondstoffen. Veel conventionele kunststoffen worden geheel of gedeeltelijk uit deze grondstoffen geproduceerd.

Wanneer voor een verpakking uitsluitend nieuwe fossiele grondstoffen worden gebruikt, moeten voor iedere nieuwe hoeveelheid materiaal opnieuw fossiele grondstoffen worden gewonnen en verwerkt. Er wordt bovendien geen gebruikgemaakt van materiaal dat al eerder in omloop is geweest.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • het materiaal is volledig of vrijwel volledig van fossiele oorsprong
  • er worden nieuwe, niet-gerecyclede grondstoffen gebruikt
  • het materiaal bevat geen gerecyclede content
  • er wordt geen bestaande materiaalstroom opnieuw als grondstof ingezet

Voorbeelden binnen de Ecolinq Milieuscore zijn virgin PE, PP, PET, BOPP en CPP wanneer deze volledig uit nieuwe fossiele grondstoffen zijn geproduceerd.

Een verpakking van 100% virgin PE krijgt daarom 0 punten voor materiaalherkomst. Wordt bijvoorbeeld 30% gerecycled PE toegevoegd, dan vermindert het gebruik van nieuwe fossiele grondstoffen en krijgt het materiaal binnen onze methodiek 1 punt.

Belangrijk: 0 punten betekent niet dat een kunststof verpakking automatisch slecht scoort op de volledige Ecolinq Milieuscore. Een verpakking van virgin PE kan bijvoorbeeld een eenvoudige monomateriaalstructuur hebben en goed recyclebaar zijn. Daarvoor kan de verpakking punten krijgen bij Materiaalstructuur en End-of-life. Dit criterium beoordeelt uitsluitend de herkomst van de gebruikte grondstoffen.

1 punt: materiaal op basis van fossiele grondstoffen met gerecycled materiaal

Een verpakking krijgt 1 punt wanneer het materiaal hoofdzakelijk wordt gemaakt van fossiele grondstoffen, maar daarnaast een aandeel gerecycled materiaal bevat.

Fossiele grondstoffen zijn grondstoffen die gedurende miljoenen jaren zijn ontstaan, zoals aardolie en aardgas. Veel kunststoffen, waaronder PE, PP en PET, worden traditioneel uit deze grondstoffen geproduceerd. Het nadeel van fossiele grondstoffen is dat ze niet hernieuwbaar zijn binnen een menselijke tijdschaal. Iedere hoeveelheid nieuwe kunststof die uit aardolie of aardgas wordt geproduceerd, vraagt daarom om het gebruik van nieuwe, eindige grondstoffen.

Binnen de Ecolinq Milieuscore maken we onderscheid tussen nieuwe fossiele grondstoffen en gerecyclede fossiele grondstoffen. Een fossiel materiaal met gerecyclede content krijgt 1 punt, omdat een deel van de nieuwe fossiele grondstof is vervangen door materiaal dat al eerder is geproduceerd en gebruikt. Hierdoor zijn minder nieuwe grondstoffen nodig en blijft bestaand materiaal langer in de materiaalkringloop.

We maken daarom bewust onderscheid tussen 100% nieuw fossiel materiaal, dat 0 punten krijgt, en fossiel materiaal met gerecyclede content, dat 1 punt krijgt. Een materiaal dat volledig uit gerecyclede grondstoffen bestaat, krijgt 2 punten. Zo beloont de Milieuscore iedere stap waarbij het gebruik van nieuwe fossiele grondstoffen wordt verminderd.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • het materiaal is geheel of hoofdzakelijk van fossiele oorsprong
  • een deel van het materiaal bestaat uit gerecyclede grondstoffen
  • het materiaal bestaat dus uit een combinatie van nieuwe en gerecyclede grondstoffen
  • door het gerecyclede aandeel zijn minder nieuwe fossiele grondstoffen nodig

Een voorbeeld is een PE-verpakking met 30% gerecycled PE. Het materiaal blijft op fossiele grondstoffen gebaseerd, maar 30% van de grondstof is afkomstig uit eerder geproduceerd en gerecycled PE. Daarom krijgt deze verpakking binnen de Ecolinq Milieuscore 1 punt voor materiaalherkomst.

Het percentage gerecycled materiaal kan daarbij verschillen. Binnen onze methodiek krijgt een materiaal met gerecyclede content 1 punt zolang het niet volledig uit gerecycled materiaal bestaat. Bestaat het materiaal voor 100% uit gerecyclede grondstoffen, dan valt het in de categorie 100% gerecycled materiaal en krijgt het 2 punten.

Belangrijk: het gebruik van gerecycled materiaal zegt alleen iets over de herkomst van de grondstoffen. Het betekent niet automatisch dat de verpakking na gebruik zelf opnieuw recyclebaar is. Dat beoordelen we afzonderlijk bij End-of-life.

2 punten: 100% gerecycled materiaal

Een verpakking krijgt 2 punten wanneer het materiaal volledig is gemaakt van gerecyclede grondstoffen. Er worden voor het betreffende materiaal dus geen nieuwe, niet-gerecyclede grondstoffen gebruikt, ook wel virgin grondstoffen genoemd. Virgin grondstoffen zijn grondstoffen die voor het eerst worden gebruikt voor de productie van een materiaal, in tegenstelling tot grondstoffen die afkomstig zijn uit eerder gebruikte en gerecyclede materialen.

Gerecycled materiaal is afkomstig uit eerder gebruikte producten of uit materiaalstromen die opnieuw als grondstof worden ingezet. Door deze materialen opnieuw te gebruiken, wordt de behoefte aan nieuwe grondstoffen verminderd en blijven bestaande materialen langer in de materiaalkringloop.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • het materiaal bestaat voor 100% uit gerecyclede grondstoffen
  • er zijn geen virgin grondstoffen aan het betreffende materiaal toegevoegd
  • bestaande materiaalstromen worden opnieuw als grondstof ingezet
  • de behoefte aan nieuwe grondstoffen wordt hierdoor beperkt

Voorbeelden binnen de Ecolinq Milieuscore zijn 100% gerecycled papier, 100% gerecycled karton en 100% gerecycled PET (rPET).

Een verpakking van 100% gerecycled karton krijgt bijvoorbeeld 2 punten voor materiaalherkomst, omdat voor het karton uitsluitend gerecyclede vezels als grondstof zijn gebruikt.

Belangrijk: 2 punten voor materiaalherkomst zegt uitsluitend iets over waar de gebruikte grondstoffen vandaan komen. Het betekent niet automatisch dat de productie weinig milieu-impact heeft of dat de verpakking na gebruik opnieuw goed recyclebaar is. Deze eigenschappen worden afzonderlijk beoordeeld bij Productie-impact en End-of-life.

2 punten: biobased materiaal uit hernieuwbare biologische grondstoffen

Een verpakking krijgt 2 punten wanneer het materiaal biobased is en wordt gemaakt van hernieuwbare biologische grondstoffen.

Biobased betekent dat het materiaal geheel of grotendeels afkomstig is uit biomassa, zoals planten, bomen, landbouwgewassen of reststromen uit de land- en bosbouw. In tegenstelling tot fossiele grondstoffen zoals aardolie en aardgas kunnen deze biologische grondstoffen binnen een relatief korte periode opnieuw groeien of worden aangevuld.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • de grondstof is van biologische oorsprong
  • de grondstof kan door natuurlijke groei opnieuw worden gevormd
  • voor de productie is geen of slechts een zeer klain aandeel fossiele grondstof nodig
  • de grondstof kan afkomstig zijn uit een speciaal geteeld gewas of uit een biologische reststroom

Voorbeelden binnen de Ecolinq Milieuscore zijn hout, papier, karton, kraftpapier, bagasse, bamboe, kurk, katoen, hennep, jute en PLA van plantaardige oorsprong.

Bagasse is bijvoorbeeld afkomstig uit de vezelresten die overblijven nadat het sap uit suikerriet is gewonnen. Omdat suikerriet opnieuw kan worden geteeld en de vezels van biologische oorsprong zijn, beschouwen we bagasse als een biobased materiaal uit een hernieuwbare grondstof.

Belangrijk: biobased betekent niet automatisch biologisch afbreekbaar, composteerbaar of recyclebaar. Een materiaal kan volledig biobased zijn en toch niet composteerbaar zijn. Andersom kan een composteerbaar materiaal deels uit fossiele grondstoffen bestaan. Dit criterium beoordeelt uitsluitend de herkomst van de grondstof. Wat er na gebruik met het materiaal kan gebeuren, beoordelen we afzonderlijk bij End-of-life.

3. End-of-life: maximaal 2 punten

Wat gebeurt er met een verpakking nadat deze is gebruikt? Kan het materiaal opnieuw als grondstof worden gebruikt, kan het worden gecomposteerd of blijft uiteindelijk alleen verbranding als realistische mogelijkheid over?

Er wordt altijd maar één end-of-life-route beoordeeld. Recycling en composteerbaarheid worden dus niet bij elkaar opgeteld.

0 punten: geen geschikte recycling- of composteerroute

Een verpakking krijgt 0 punten wanneer er na gebruik geen geschikte route voor recycling of compostering beschikbaar is. Het materiaal kan daardoor niet, of nauwelijks, opnieuw als grondstof worden ingezet en is ook niet geschikt voor thuis- of industriële compostering.

Dit komt vooral voor bij verpakkingen die uit meerdere permanent met elkaar verbonden materialen bestaan. De afzonderlijke materialen kunnen op zichzelf soms goed recyclebaar zijn, maar doordat ze zijn verlijmd, gelamineerd of voorzien van coatings kunnen ze niet meer voldoende van elkaar worden gescheiden. Hierdoor is verwerking via de gebruikelijke recyclingstromen vaak niet mogelijk.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • de verpakking kan niet goed via een bestaande materiaalstroom worden gerecycled
  • verschillende materiaalsoorten zijn permanent met elkaar verbonden
  • scheiding van de verschillende lagen is technisch moeilijk of niet haalbaar
  • het terugwinnen van bruikbare grondstoffen is niet of nauwelijks mogelijk
  • de verpakking is niet geschikt voor thuis- of industriële compostering
  • verbranding met energieterugwinning of verwijdering als restafval blijft in de praktijk vaak als belangrijkste route over

Voorbeelden binnen het Ecolinq-assortiment zijn bepaalde meerlaagse gelamineerde verpakkingsfolies, zoals Kraft/PET/AL/LLDPE, Kraft/OPP/VMPET/LLDPE en PET/VMPET/PE. De verschillende materiaal- en barrièrelagen geven deze verpakkingen goede beschermende eigenschappen, maar zijn na gebruik niet eenvoudig van elkaar te scheiden. Hierdoor is hoogwaardige recycling van de complete verpakking in de gangbare afvalstromen niet goed mogelijk.

We geven deze verpakkingen 0 punten voor End-of-life, omdat het gebruikte materiaal na het weggooien niet via een geschikte recycling- of composteerroute opnieuw in de materiaalkringloop kan worden gebracht.

Belangrijk: 0 punten voor End-of-life betekent niet dat de verpakking geen functionele voordelen heeft. Een meerlaagse verpakking kan bijvoorbeeld een zeer goede zuurstof-, vocht- of lichtbarrière bieden en daarmee de houdbaarheid van een product verlengen. Binnen dit criterium beoordelen we echter uitsluitend wat er met de verpakking kan gebeuren nadat deze is gebruikt.

1 punt: geschikt voor laagwaardige recycling

Een verpakking krijgt 1 punt wanneer het materiaal na gebruik kan worden gerecycled, maar daarbij een deel van zijn oorspronkelijke kwaliteit of eigenschappen verliest. Het gerecyclede materiaal kan daardoor meestal niet opnieuw voor dezelfde hoogwaardige toepassing worden gebruikt.

Dit wordt ook wel downcycling genoemd. Het materiaal krijgt wel een tweede leven, maar wordt verwerkt tot een product waarvoor lagere materiaaleisen gelden. Uiteindelijk neemt de kwaliteit vaak verder af, waardoor het aantal keren dat het materiaal opnieuw kan worden gerecycled beperkt is.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • het materiaal kan na gebruik worden ingezameld en gerecycled
  • tijdens de recycling neemt de kwaliteit van het materiaal duidelijk af
  • het gerecyclede materiaal is minder geschikt voor dezelfde oorspronkelijke toepassing
  • het materiaal wordt vooral gebruikt voor producten met lagere kwaliteitseisen
  • de oorspronkelijke materiaalkringloop wordt niet volledig gesloten

Een voorbeeld binnen het Ecolinq-assortiment zijn bepaalde gelamineerde of gecoate papieren verpakkingen. Het papier kan in sommige gevallen nog worden teruggewonnen en verwerkt tot papierproducten met lagere kwaliteitseisen, maar door coatings, lijmen of andere materiaalresten is hoogwaardige recycling tot een gelijkwaardige verpakking niet meer mogelijk. Maar let op, als de combinatie niet recyclebaar is, hoort die bij 0 punten en niet bij 1 punt.

We geven deze materialen 1 punt omdat recycling nog steeds voorkomt dat het materiaal direct verloren gaat en het materiaal opnieuw als grondstof wordt gebruikt. De waarde en kwaliteit van het materiaal blijven echter minder goed behouden dan bij hoogwaardige recycling, waarvoor binnen de Ecolinq Milieuscore 2 punten worden toegekend.

Belangrijk: het verschil tussen hoogwaardige en laagwaardige recycling zit dus vooral in wat er na recycling met het materiaal kan worden gemaakt. Kan het opnieuw worden gebruikt voor dezelfde of een vergelijkbare hoogwaardige toepassing, dan spreken we van hoogwaardige recycling. Kan het hoofdzakelijk nog worden gebruikt voor toepassingen met lagere materiaaleisen, dan beoordelen we dit als laagwaardige recycling.

1 punt: industrieel composteerbaar

Een verpakking krijgt 1 punt wanneer het materiaal industrieel composteerbaar is. Dit betekent dat het materiaal biologisch kan worden afgebroken in een professionele composteerinstallatie, waar omstandigheden zoals temperatuur, vochtigheid en zuurstoftoevoer gecontroleerd worden.

Industriële compostering verschilt daarmee duidelijk van thuiscompostering. In een industriële installatie worden gedurende het composteerproces hogere temperaturen bereikt en worden de omstandigheden actief gestuurd. Sommige composteerbare materialen hebben deze omstandigheden nodig om binnen een bepaalde periode voldoende af te breken.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • het materiaal is aantoonbaar geschikt voor industriële compostering
  • voor een goede afbraak zijn gecontroleerde composteeromstandigheden nodig
  • het materiaal heeft hogere temperaturen nodig dan bij thuiscompostering worden bereikt
  • het materiaal wordt tijdens het composteerproces biologisch afgebroken
  • de complete verpakking moet geschikt zijn voor industriële compostering, niet alleen één afzonderlijke materiaalcomponent

Voorbeelden binnen de Ecolinq Milieuscore zijn PLA en CPLA en verpakkingen die aantoonbaar gecertificeerd industrieel composteerbaar zijn.

Een PLA-verpakking kan bijvoorbeeld onder de juiste industriële omstandigheden worden afgebroken, maar zal onder normale omstandigheden op een composthoop thuis niet voldoende composteren. Daarom maken we binnen de Ecolinq Milieuscore onderscheid tussen home compostable, dat 2 punten krijgt, en industrial compostable, dat 1 punt krijgt.

We geven industrieel composteerbare verpakkingen 1 punt omdat er een bruikbare end-of-life route voor het materiaal bestaat, maar deze route afhankelijk is van gespecialiseerde infrastructuur en gecontroleerde omstandigheden. Bovendien betekent industrieel composteerbaar niet automatisch dat een verpakking in de praktijk overal via het reguliere GFT-afval kan worden verwerkt.

Belangrijk: industrieel composteerbaar betekent niet dat een verpakking in de natuur mag worden achtergelaten. Ook moet de complete verpakking geschikt zijn voor industriële compostering. Een composteerbare folie die is gecombineerd met een niet-composteerbaar materiaal maakt de volledige verpakking dus niet automatisch industrieel composteerbaar.

2 punten: geschikt voor hoogwaardige recycling en een gesloten materiaalkringloop

Een verpakking krijgt 2 punten wanneer het materiaal na gebruik hoogwaardig kan worden gerecycled en opnieuw kan worden ingezet als grondstof voor hetzelfde of een vergelijkbaar type product. Het materiaal blijft hierdoor zoveel mogelijk behouden in de materiaalkringloop.

Bij hoogwaardige recycling gaat het niet alleen om de vraag óf een materiaal technisch recyclebaar is. Belangrijk is dat het gerecyclede materiaal voldoende kwaliteit behoudt om opnieuw als waardevolle grondstof te worden gebruikt. Hierdoor kan het gebruik van nieuwe grondstoffen worden verminderd.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • het materiaal kan na gebruik worden ingezameld, gesorteerd en gerecycled
  • de kwaliteit van het materiaal blijft tijdens recycling voldoende behouden
  • het gerecyclede materiaal kan opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde of een vergelijkbaar hoogwaardig product
  • er is geen of slechts beperkt kwaliteitsverlies tijdens de recycling
  • meerdere recyclingcycli zijn mogelijk
  • het materiaal kan bijdragen aan een zo veel mogelijk gesloten materiaalkringloop

Voorbeelden binnen de Ecolinq Milieuscore zijn glas, aluminium, bepaalde metalen en goed recyclebare monomaterialen zoals papier, karton, PE, PP en PET, mits de uitvoering en samenstelling van de verpakking recycling niet belemmeren.

Een verpakking van monomateriaal PE kan bijvoorbeeld worden ingezameld en gerecycled tot kunststofgranulaat dat opnieuw als grondstof voor kunststofproducten kan worden gebruikt. Glas kan na inzameling worden verwerkt tot glasscherven en opnieuw worden gebruikt bij de productie van nieuw glas.

We geven deze verpakkingen 2 punten omdat het materiaal na gebruik niet noodzakelijk verloren gaat, maar opnieuw als grondstof kan worden ingezet. Daarmee blijft de waarde van het materiaal zoveel mogelijk behouden en kan de behoefte aan nieuwe grondstoffen worden verminderd.

Belangrijk: een materiaal dat in theorie recyclebaar is, krijgt niet automatisch 2 punten. We kijken naar de complete materiaalopbouw van de verpakking en de mogelijkheid tot hoogwaardige recycling. Een combinatie van afzonderlijk recyclebare materialen kan bijvoorbeeld toch slecht recyclebaar zijn wanneer de verschillende lagen niet van elkaar kunnen worden gescheiden.

2 punten: Home compostable

Een verpakking krijgt 2 punten wanneer het materiaal home compostable is. Dit betekent dat het materiaal onder de omstandigheden van een normale thuiscompostering biologisch kan worden afgebroken, zonder dat hiervoor de hoge temperaturen en gecontroleerde omstandigheden van een industriële composteerinstallatie nodig zijn.

Bij compostering breken micro-organismen het materiaal af tot natuurlijke bestanddelen. Thuiscompostering vindt plaats bij lagere en wisselende temperaturen dan industriële compostering. Daarom gelden voor thuis composteerbare materialen strengere eisen aan de omstandigheden waaronder het materiaal kan afbreken.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • het materiaal is geschikt voor compostering onder thuiscomposteeromstandigheden
  • voor de afbraak zijn geen industriële composteringstemperaturen nodig
  • het materiaal wordt door biologische processen afgebroken
  • na volledige compostering blijven geen zichtbare resten van het oorspronkelijke materiaal achter
  • de verpakking is aantoonbaar geschikt voor thuiscompostering

Voorbeelden binnen de Ecolinq Milieuscore zijn bepaalde verpakkingen van NatureFlex, ongecoate papieren verpakkingen (maar die kunnen beter gerecycled worden) en andere materialen die gecertificeerd home compostable zijn.

Een verpakking krijgt niet alleen op basis van de term biologisch afbreekbaar 2 punten. Biologisch afbreekbaar en thuis composteerbaar betekenen niet hetzelfde. Wil je het verschil weten, lees dan dit artikel waar het verschil wordt uitgelegd: Verschil tussen composteren en biologisch afbreekbaar. Voor deze beoordeling moet voldoende duidelijk zijn dat het materiaal daadwerkelijk geschikt is voor thuiscompostering.

We geven thuis composteerbare verpakkingen 2 punten omdat er na gebruik een verwerkingsroute mogelijk is waarbij het materiaal biologisch kan worden afgebroken zonder dat daarvoor een industriële installatie noodzakelijk is.

Belangrijk: home compostable betekent niet dat een verpakking zomaar in de natuur mag worden achtergelaten. De beoordeling gaat over compostering onder geschikte thuiscomposteer-omstandigheden. Ook betekent 2 punten voor End-of-life niet automatisch dat de verpakking als geheel de hoogste Milieuscore krijgt. De overige eigenschappen worden binnen de andere criteria afzonderlijk beoordeeld.

4. Hergebruik: maximaal 2 punten

Een verpakking langer gebruiken is vaak interessanter dan deze direct na één keer gebruiken weggooien. Daarom speelt hergebruik een belangrijke rol binnen de Ecolinq Milieuscore.

0 punten: eenmalig gebruik

Een verpakking krijgt 0 punten wanneer deze is ontworpen en bedoeld om één keer te gebruiken en na het openen of gebruiken normaal gesproken niet opnieuw voor dezelfde of een vergelijkbare toepassing kan worden ingezet.

Het gaat hierbij om verpakkingen waarvan de constructie, sluiting, hygiëne-eisen of materiaalsterkte hergebruik in de praktijk niet logisch of realistisch maken. Na gebruik wordt de verpakking doorgaans weggegooid en vervolgens, waar mogelijk, gerecycled, gecomposteerd of via een andere afvalstroom verwerkt.

Voorbeelden zijn:

  • een stazak die na consumptie van de inhoud wordt weggegooid
  • een vlakke dunne zak van pergamin of PLA voor levensmiddelen
  • een verzendzak
  • een bonbon doosje
  • een wegwerpbakje voor levensmiddelen

Een verpakking kan daarbij goed recyclebaar of composteerbaar zijn en toch 0 punten voor hergebruik krijgen. Dit criterium beoordeelt uitsluitend of de verpakking opnieuw kan worden gebruikt. Wat er na het weggooien met het materiaal gebeurt, wordt afzonderlijk beoordeeld bij End-of-life.

Het onderscheid is daarmee:

2 punten: Herbruikbaar
Ontworpen en bedoeld voor herhaald gebruik.

1 punt: Potentieel herbruikbaar
Niet specifiek bedoeld voor hergebruik, maar in de praktijk realistisch opnieuw te gebruiken.

0 punten: Eenmalig gebruik
Ontworpen en bedoeld voor eenmalig gebruik.

1 punt: potentieel herbruikbaar

Een verpakking krijgt 1 punt wanneer deze niet specifiek is ontworpen voor hergebruik, maar door haar materiaal, constructie of kwaliteit in de praktijk wel opnieuw kan worden gebruikt.

Het belangrijkste verschil met een volledig herbruikbare verpakking is dat meervoudig gebruik hier niet het oorspronkelijke doel van de verpakking is. De verpakking is in principe gemaakt voor één verpakkingscyclus, maar hoeft daarna niet direct te worden weggegooid.

De verpakking moet wel voldoende stevig en functioneel blijven om daadwerkelijk opnieuw te kunnen worden gebruikt. Het moet dus gaan om een realistische mogelijkheid tot hergebruik, niet alleen om een theoretische mogelijkheid.

Voorbeelden zijn:

  • een stevige kartonnen verzenddoos die opnieuw kan worden gebruikt voor een andere verzending
  • een papieren of kunststof draagtas die stevig genoeg is om meerdere keren te gebruiken
  • een stevig doosje dat na het uitpakken kan worden gebruikt om andere producten in te bewaren
  • bepaalde potten, bakjes of verpakkingen die door de gebruiker een tweede toepassing kunnen krijgen

Een kartonnen verzenddoos is hiervan een goed voorbeeld. Deze wordt normaal gesproken gemaakt om een product één keer te verzenden en is dus geen herbruikbare verpakking in de strikte zin. Wanneer de doos na ontvangst nog in goede staat is, kan deze echter zonder aanpassing opnieuw voor een verzending of opslag worden gebruikt. Daarom krijgt deze binnen de Ecolinq Milieuscore 1 punt voor potentieel hergebruik.

Het onderscheid is dus:

2 punten: ontworpen en bedoeld voor herhaald gebruik.
1 punt: niet specifiek bedoeld voor hergebruik, maar realistisch opnieuw te gebruiken.
0 punten: bedoeld voor eenmalig gebruik en in de praktijk niet of nauwelijks geschikt voor hergebruik.

2 punten: herbruikbaar

Een verpakking krijgt 2 punten wanneer deze daadwerkelijk is ontworpen en gemaakt om gedurende haar levensduur meerdere keren voor dezelfde of een vergelijkbare toepassing te worden gebruikt.

Het gaat hierbij dus niet alleen om de vraag of een verpakking technisch gezien nog een tweede keer gebruikt kan worden. De constructie, materiaalsterkte en uitvoering moeten herhaald gebruik ondersteunen. De verpakking moet bestand zijn tegen meerdere gebruiksmomenten zonder daarbij direct haar belangrijkste functie te verliezen.

Kenmerken die kunnen wijzen op een herbruikbare verpakking zijn bijvoorbeeld:

  • een stevige constructie die meerdere gebruikscycli aankan
  • materialen die niet na één gebruik hun vorm of functie verliezen
  • een sluiting die meerdere keren geopend en gesloten kan worden
  • een ontwerp waarbij hergebruik een duidelijk onderdeel is van de toepassing
  • voldoende duurzaamheid om de verpakking te bewaren, opnieuw te vullen of opnieuw in te zetten

Voorbeelden zijn katoenen en jute draagtassen, stevige houten verpakkingen, bepaalde glazen verpakkingen en andere verpakkingen die specifiek voor meervoudig gebruik zijn ontworpen.

Een katoenen draagtas is hiervan een duidelijk voorbeeld. De tas wordt niet alleen toevallig soms opnieuw gebruikt, maar is door het materiaal, de hengsels en de constructie juist geschikt om vele malen opnieuw als draagtas te worden ingezet.

Belangrijk: alleen het feit dat een consument een verpakking eventueel kan bewaren of opnieuw kan gebruiken, is niet voldoende voor 2 punten. Een stevige kartonnen doos kan bijvoorbeeld nogmaals worden gebruikt, maar wanneer deze oorspronkelijk als eenmalige verzendverpakking is ontworpen, beschouwen we deze niet automatisch als een volwaardige herbruikbare verpakking. Die valt binnen de Ecolinq Milieuscore onder potentieel herbruikbaar en krijgt 1 punt.

5. Materiaalstructuur: maximaal 2 punten

Hoe eenvoudiger een verpakking is opgebouwd, hoe makkelijker deze na gebruik meestal kan worden verwerkt. Daarom kijken we ook naar het aantal verschillende materialen waaruit een verpakking bestaat.

0 punten: gemengde materialen of coatings die niet eenvoudig te scheiden zijn

Een verpakking krijgt 0 punten wanneer deze uit verschillende materialen bestaat die permanent met elkaar zijn verbonden en na gebruik niet eenvoudig of helemaal niet van elkaar kunnen worden gescheiden. Dit geldt ook voor verpakkingen waarbij coatings, laminaten, lijmlagen of folielagen onderdeel zijn van de materiaalstructuur.

Bij dit soort verpakkingen kunnen de afzonderlijke materialen niet eenvoudig met de hand van elkaar worden gehaald. Hierdoor komt de verpakking als een combinatie van verschillende materialen in de afvalstroom terecht. Dit kan recycling bemoeilijken of er zelfs voor zorgen dat hoogwaardige recycling van de complete verpakking niet mogelijk is.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • de verpakking bestaat uit twee of meer verschillende materiaalsoorten
  • verschillende lagen zijn aan elkaar gelamineerd, gecoat of verlijmd
  • de materialen kunnen niet eenvoudig met de hand van elkaar worden gescheiden
  • coatings of barrièrefolies vormen een vast onderdeel van de verpakking
  • de combinatie van materialen kan de sortering en recycling bemoeilijken

Voorbeelden zijn kraftpapier met een PE- of PLA-laag, papier met een kunststof coating en meerlaagse folies zoals Kraft/PET/PE, PET/VMPET/PE of Kraft/PET/AL/LLDPE.

Een kraftpapieren verpakking met een kunststof binnenlaag kan bijvoorbeeld aan de buitenkant voornamelijk uit papier bestaan, maar is binnen dit criterium geen monomateriaal. Wanneer de kunststoflaag permanent met het papier is verbonden en niet eenvoudig kan worden verwijderd, krijgt de verpakking daarom 0 punten voor materiaalstructuur.

Belangrijk: 0 punten betekent niet automatisch dat de verpakking helemaal niet recyclebaar is. Dit criterium beoordeelt uitsluitend de complexiteit en scheidbaarheid van de materiaalstructuur. Wat er in de praktijk na gebruik met de complete verpakking kan gebeuren, beoordelen we afzonderlijk bij End-of-life.

1 punt: gemengde materialen die eenvoudig te scheiden zijn

Een verpakking krijgt 1 punt wanneer deze uit twee of meer verschillende materialen bestaat, maar deze materialen na gebruik eenvoudig van elkaar kunnen worden gescheiden.

Het gaat hierbij om verpakkingen waarbij de verschillende onderdelen niet permanent aan elkaar zijn verlijmd, gelamineerd of op een andere manier onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De gebruiker moet de materialen zonder speciaal gereedschap of ingewikkelde handelingen van elkaar kunnen scheiden.

Door de verschillende materialen te scheiden, kunnen ze afzonderlijk in de juiste afvalstroom terechtkomen. Hierdoor blijft recycling van de afzonderlijke materiaalsoorten beter mogelijk dan bij een verpakking waarin verschillende materialen permanent met elkaar zijn verbonden.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • de verpakking bestaat uit twee of meer verschillende materiaalsoorten
  • de verschillende onderdelen zijn duidelijk herkenbaar
  • de materialen kunnen eenvoudig met de hand van elkaar worden gescheiden
  • er zijn geen permanente laminaten of verlijmingen die scheiding onmogelijk maken
  • de afzonderlijke materialen kunnen na scheiding via hun eigen afvalstroom worden verwerkt

Voorbeelden zijn een glazen pot met een metalen deksel, een glazen verpakking met een kurken, een geschenkdoosje van kraft met PET venster of houten sluiting of een kartonnen verpakking met een eenvoudig verwijderbaar kunststof onderdeel.

Belangrijk: 1 punt zegt alleen iets over de materiaalstructuur en de mogelijkheid om de verschillende materialen te scheiden. Of de afzonderlijke materialen vervolgens daadwerkelijk goed recyclebaar zijn, wordt apart beoordeeld bij End-of-life.

2 punten: mono-materiaal

Een verpakking krijgt 2 punten wanneer deze volledig of vrijwel volledig uit één materiaalsoort bestaat. De verpakking bevat geen andere materiaalsoorten die de verwerking van het hoofdmateriaal na gebruik wezenlijk bemoeilijken.

Een eenvoudige materiaalstructuur is belangrijk omdat een verpakking uit één materiaalsoort doorgaans veel eenvoudiger te recyclen is dan een verpakking waarin verschillende materialen met elkaar zijn gecombineerd. Het materiaal hoeft vóór recycling niet eerst van andere materiaalsoorten te worden gescheiden, als dat überhaupt al lukt en kan als één materiaalstroom worden gesorteerd en verwerkt.

Kenmerken van een monomateriaal zijn bijvoorbeeld:

  • de verpakking bestaat uit één materiaalsoort
  • er zijn geen verschillende materiaalsoorten permanent met elkaar verlijmd of gelamineerd
  • eventuele kleine toevoegingen verstoren de verwerking van het hoofdmateriaal niet wezenlijk
  • de verpakking kan als één geheel binnen één materiaalstroom worden aangeboden

Voorbeelden binnen de Ecolinq Milieuscore zijn PE-folie, PP-folie, BOPP, PET, PLA, kraftpapier, karton, glas, metaal en hout, mits de verpakking niet is gecombineerd met andere materialen die de verwerking beïnvloeden.

Een verpakking van uitsluitend PE is bijvoorbeeld een monomateriaal. Ook wanneer meerdere lagen PE zijn gebruikt, kan de verpakking nog steeds als monomateriaal worden beschouwd, omdat de lagen uit dezelfde materiaalsoort bestaan.

Belangrijk: 2 punten voor materiaalstructuur betekent niet automatisch dat de verpakking goed recyclebaar is. Dit criterium beoordeelt uitsluitend hoe eenvoudig de verpakking qua materialen is opgebouwd. Of het materiaal na gebruik daadwerkelijk goed kan worden gerecycled, wordt afzonderlijk beoordeeld bij End-of-life.

6. Chemische belasting: maximaal 1 punt

Ook inkten, coatings, lijmen en andere toevoegingen kunnen invloed hebben op de milieubelasting en de verwerking van een verpakking.

0 punten: schadelijke stoffen aanwezig of onvoldoende bekend

Een verpakking krijgt 0 punten wanneer deze schadelijke of ongewenste inkten, additieven, coatings, lijmen of andere toegevoegde stoffen bevat. Ook wanneer onvoldoende informatie beschikbaar is over de gebruikte stoffen, worden geen punten toegekend.

Bij verpakkingen kunnen verschillende stoffen worden toegevoegd om bijvoorbeeld kleur, bedrukking, flexibiliteit, barrière-eigenschappen of andere technische eigenschappen te verkrijgen. Sommige van deze stoffen kunnen een extra belasting voor het milieu vormen of de recycling of compostering van de verpakking bemoeilijken.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • er zijn schadelijke of ongewenste inkten, kleurstoffen of pigmenten toegepast
  • het materiaal bevat additieven die een relevante chemische belasting kunnen veroorzaken
  • coatings, lijmen of andere behandelingen bevatten stoffen die schadelijk kunnen zijn voor mens of milieu
  • gebruikte toevoegingen kunnen recycling of compostering bemoeilijken
  • de samenstelling van inkten, coatings, lijmen of additieven is onvoldoende bekend
  • er is onvoldoende informatie beschikbaar om vast te stellen dat de verpakking aan de voorwaarden voor 1 punt voldoet

Voorbeelden kunnen zijn sterk behandelde of gecoate verpakkingen, verpakkingen met bepaalde inkten of lijmen en samengestelde verpakkingsmaterialen waarvan onvoldoende bekend is welke additieven of hulpstoffen zijn toegepast.

We kiezen hierbij bewust voor het voorzorgsprincipe. Wanneer we onvoldoende informatie hebben om met voldoende zekerheid vast te stellen dat een verpakking vrij is van relevante schadelijke stoffen, kennen we geen punt toe. Onbekend betekent daarmee niet automatisch dat een verpakking schadelijke stoffen bevat, maar wel dat we de betere beoordeling niet voldoende kunnen onderbouwen.

Belangrijk: 0 punten betekent dus niet altijd dat is vastgesteld dat een verpakking schadelijk is. Het kan ook betekenen dat onvoldoende betrouwbare informatie beschikbaar is om het tegendeel vast te stellen. Binnen de Ecolinq Milieuscore geven we het punt alleen wanneer de chemische belasting voldoende bekend en verantwoord is.

1 punt: vrij van schadelijke inkten, additieven en vergelijkbare stoffen

Een verpakking krijgt 1 punt wanneer het materiaal geen schadelijke inkten, additieven, coatings of andere toegevoegde stoffen bevat die een onnodige chemische belasting kunnen veroorzaken of de verwerking van het materiaal na gebruik kunnen bemoeilijken.

Bij verpakkingen wordt namelijk niet alleen het basismateriaal gebruikt. Tijdens de productie kunnen onder andere inkten, kleurstoffen, lijmen, coatings, weekmakers en andere additieven worden toegevoegd. Deze stoffen kunnen invloed hebben op de milieu-impact van de verpakking en in sommige gevallen ook op de mogelijkheden voor recycling of compostering.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • er zijn geen schadelijke inkten of kleurstoffen toegepast
  • het materiaal bevat geen schadelijke of ongewenste additieven
  • er zijn geen coatings of behandelingen toegepast die een extra chemische belasting veroorzaken
  • gebruikte lijmen, inkten en andere hulpstoffen vormen geen relevante belemmering voor de verwerking na gebruik
  • er is voldoende informatie beschikbaar over de gebruikte stoffen om dit te kunnen beoordelen

Voorbeelden binnen het Ecolinq-assortiment zijn onbedrukte en onbehandelde papieren of kartonnen verpakkingen, eenvoudige ongecoate kraftpapieren zakken, onbehandeld hout en bepaalde onbedrukte monomateriaal kunststoffen, mits bekend is dat er geen schadelijke toevoegingen zijn toegepast.

Ook een bedrukte verpakking kan 1 punt krijgen. Bedrukking betekent namelijk niet automatisch dat een verpakking een hoge chemische belasting heeft. Wanneer bijvoorbeeld geschikte inkten worden gebruikt, zoals bijvoorbeeld water gebaseerde inkten en deze geen relevante schadelijke stoffen bevatten of de verdere verwerking van de verpakking wezenlijk belemmeren, kan de verpakking nog steeds aan dit criterium voldoen.

Belangrijk: 1 punt betekent niet dat een verpakking volledig vrij is van iedere chemische stof. Vrijwel ieder materiaal bevat of gebruikt tijdens de productie bepaalde hulpstoffen. We beoordelen binnen dit criterium of er schadelijke of milieubelastende toevoegingen aanwezig zijn die relevant zijn voor de verpakking en de verwerking ervan na gebruik.

7. Logistiek: maximaal 1 punt

Niet alleen het materiaal zelf telt mee. Een verpakking moet immers ook van de productielocatie naar onze klanten worden vervoerd.

Daarom nemen we de productielocatie mee in onze Milieuscore.

0 punten: geproduceerd buiten de Europese Unie

Een verpakking krijgt 0 punten wanneer deze buiten de Europese Unie wordt geproduceerd. Producten uit bijvoorbeeld China, Vietnam, of de Verenigde Staten vallen binnen deze categorie.

Verpakkingen die buiten de EU worden geproduceerd, moeten doorgaans een grotere afstand afleggen voordat ze Ecolinq of onze Europese klanten bereiken. Vaak is hiervoor intercontinentaal transport per containerschip nodig. In sommige gevallen wordt gebruikgemaakt van luchtvracht, waarvan de milieu-impact per vervoerde kilogram aanzienlijk hoger kan zijn.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • de daadwerkelijke productie van de verpakking vindt buiten de EU plaats
  • de gemiddelde transportafstand naar de Europese markt is doorgaans groter
  • vaak is internationaal zee-, weg- of luchttransport noodzakelijk
  • hierdoor kan de transportgerelateerde milieu-impact hoger zijn

Een verpakking die bijvoorbeeld in China wordt geproduceerd en vervolgens per containerschip naar Europa wordt vervoerd, krijgt daarom binnen de Ecolinq Milieuscore 0 punten voor logistiek.

Belangrijk: 0 punten betekent niet dat productie buiten de EU per definitie een hoge totale milieu-impact heeft. Een efficiënt beladen containerschip kan bijvoorbeeld een relatief efficiënte vervoerswijze zijn, terwijl ook binnen Europa grote transportafstanden mogelijk zijn. De daadwerkelijke logistieke impact verschilt dus per situatie.

Om de Ecolinq Milieuscore eenvoudig, transparant en voor duizenden producten op dezelfde manier toepasbaar te houden, gebruiken we daarom een duidelijke grens: productie binnen de EU krijgt 1 punt en productie buiten de EU krijgt 0 punten.

1 punt: geproduceerd binnen de Europese Unie

Een verpakking krijgt 1 punt wanneer deze binnen de Europese Unie wordt geproduceerd. Hiermee nemen we binnen de Ecolinq Milieuscore ook de afstand tussen de productielocatie en de Europese markt mee.

Verpakkingen die binnen de EU worden geproduceerd, hoeven over het algemeen minder grote afstanden af te leggen voordat ze bij Ecolinq of onze Europese klanten terechtkomen. Hierdoor kan de transport gerelateerde milieu-impact lager zijn dan bij vergelijkbare verpakkingen die van buiten Europa worden geïmporteerd.

Bij productie binnen de EU is bovendien vervoer over de weg of per spoor vaak mogelijk en is intercontinentaal transport per zeecontainer of vliegtuig niet nodig.

Kenmerken zijn bijvoorbeeld:

  • de daadwerkelijke productie van de verpakking vindt plaats binnen de EU
  • de afstand tot onze belangrijkste Europese afzetmarkt is doorgaans kleiner
  • intercontinentaal transport is niet nodig
  • de verpakking kan veelal via Europees weg- of spoorvervoer worden vervoerd

Een verpakking die bijvoorbeeld in Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië of Polen wordt geproduceerd, krijgt binnen de Ecolinq Milieuscore daarom 1 punt voor logistiek.

Belangrijk: de productielocatie is een vereenvoudigde indicator voor de logistieke impact. De daadwerkelijke uitstoot van transport hangt ook af van afstand, beladingsgraad en vervoerswijze. Om de Milieuscore voor al onze producten op een consistente en begrijpelijke manier toepasbaar te houden, hanteren we daarom één duidelijke grens: productie binnen de EU krijgt 1 punt, productie buiten de EU krijgt 0 punten.